Het Punterwezen verarmd. Gait Berk

Op 17 april is Gait L. Berk overleden. In het wereldje van scheepsbehouders, Stockholmteer romantici en serieuze scheepshistorici was Gait een icoon, de Baghwan van de punters, zoals Theo Kampa ooit bedacht –een kreet die ik graag hanteer; tijd het copyright te vermelden. Op de site van Zeepunterzeilen omschrijft Hans Houkema –de opvolgende puntergoeroe- Gait Berk als ‘schrijver, fotograaf en cineast’; een vroege multimediale creatieveling dus. De eerste filmvertoning die ik van Gait Berk mocht meemaken betrof een stomme film, uiteraard over punters, waarbij hij zelf het commentaar gaf. In hedendaagse bioscopen met zaalbreed filmscherm en zinsbegoochelend hard geluid, denk ik vaak terug aan Gaits rustige toon, inspelen op de zaal, droog en humorvol commentaar, waardoor zo’n film tot leven kwam. Gait schreed in de voorste gelederen van de generatie scheepsbehouders die in de jaren ’60 opkwam en de meeste loten van de Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen (FONV) op zijn geweten heeft. Het begon met sociologiestudenten die terecht begrepen dat er aan hun studie weinig vreugde viel te beleven en heeft uiteindelijk de erkenning van schepen als monumenten opgeleverd. Nog altijd zwermen veel baardige overjarige hippies in die bruingeteerde kringen rond, in-tevreden door het leven gaand zolang ze zich op klompen, in boezeroens en onder wollen mutsen mogen bewegen. Zij stralen onverholen afkeer uit, van de ‘rat race’ van het moderne leven, vol vervuilende auto’s, stressen voor de carrière en zóveel geld om uit te geven (aan MPVs, SUVs en motorsloepen bijvoorbeeld) dat het een milieuramp is. Met bonkend hart in de file, de mobiel voortdurend kraaiend met klanten wier deadline vorige week was maar nu pas gaan bellen, voel je slechts met deze hippies mee. Er zijn echter niet velen die hun idealistische levensstijl volhouden en de mensheid iets meegeven. Gait Berk slaagde daar zeer wel in. Behalve over bootjes schreef Berk onder andere over bomen –allicht, met zo’n naam en dan ook nog getrouwd met Koot Peereboom- maar hij is vooral door zijn Punterwezen bekend geworden. In Waterkampioen en Spiegel der Zeilvaart bezong hij de punter, in 1984 wijdde hij er een –onlangs door Wim de Bruijn opnieuw bezorgd- boek aan , waarin hij ook de mondiale verwantschap van wereldwijd voorkomende punterachtigen lichtvoetig in het juiste perspectief plaatst. De punter heeft historische betekenis als de oerboot waaruit zo vele Nederlandse (en buitenlandse) typen voortkomen, maar bovenal is het een verrassend veelzijdig, heerlijk varend boottype. Dankzij Gait Berk genieten daar tegenwoordig veel meer mensen van dan zonder zijn zendingswerk het geval zou zijn geweest. Er zijn zelfs nog twee punterwerven in Giethoorn; Wildeboer en Schreur, die volop nieuwe exemplaren van dit millennia oude type bouwen. Rond het overlijden van Gait schoot me het reeds bij diens leven gedicht grafschrift op Garmt Stuiveling te binnen. Stuiveling werd geacht onze taal perfect te beheersen, vandaar: ‘De Nederlandse taal is blijvend verarmd, hier ligt Stuiveling, Garmt.’ Bij Gait past meer: ‘De ziel van het Punterwezen rust onder deze zerk, hier ligt de grote Gait L. Berk


Hans Vandersmissen
uit het tijdschrift Schuttevaer