De punterfamilie


In zijn boek "De Punter" geeft Gait L. Berk al aan dat de meeste typen punters zijn ontstaan uit traditie. Men bestelde een nieuw schip met als specificatie "hij moet eruit zien als die van de buurman". Meestal woonde die niet ver weg en dus ontstonden plaatselijke verschillen in de punterbouw. Dit is nog steeds in de benamingen terug te vinden.
vlootschouw

Verschillende typen punters zijn:

De Gieterse punter. (6.70 x 1.50)
Lang, slank en laag op het water.
Doordat het vlak over een grote lengte relatief breed is, zijn het laadvermogen en de stabiliteit hoog.
Voldoet perfect als "duwvaartuig" (punteren) en zeilt met een sprietzeil wonderlijk goed.

De Kalenberger punter.
Een Gieterse punter met wat hogere en zwaardere boeisels in verband met riettransport.

De Kamper punter.(6.00 x 1.55)
Het kleinste type zeepunter. Wat korter en hoger op het water dan de Gieterse punter. Vooral een roeivaartuig, zeker in uitvoering als plezierschip (zonder kaar) een prima zeiler.
Sprietzeil en fok.

De Grafhorster punter.
Iets ruimer bemeten dan de Kamper punter. Indertijd ook speciaal ingericht en gebruikt om mee te roeien.

De Beulaker punter.(6.30 x 1.75)
Wat groter en forser dan de Grafhorster punter.

De Noordwesthoek punter. ( 7.40 x 2.00)
Pas enkele jaren geleden ontwikkeld, speciaal voor de zeilwedstrijden op het Bovenwiede. Een lange slanke snelle zeiler, die ook stabiel, handzaam en ruim is voor trektochten

De zeepunter. (7.30 x 2.00)
Een forse, flink opgeboeiselde punter, die van Harderwijk tot Lemmer voor de kustvisserij werd gebruikt. Met grootzeil en botterfok zijn het fantastische zeilers. Ook kan er goed mee geroeid, gepunterd, gejaagd en getruild worden. Ze pasten goed tussen de golven van de lage wal van de Zuiderzee. De KP 21 en KP 22 zijn van dit type.

De Kuunder punter. (8.85 x 2.50)
De grootste in de "punterfamilie". Een knaap van zeepunter, waarvoor eigenlijk twee vissers nodig waren om te bemannen. Kuunder punters worden nu als jacht gebouwd met kajuit.

 

 

Punterstokken